Een nat hoender en een opgedroogde put

Een nat hoender en een opgedroogde put

Geschreven door: Esther de Putter naar een verhaal van Jannie de Putter-Scheele

In de laatste oorlogsjaren werden de controles op levende have zoals vee nog strenger. Had je koeien, varkens of ander vee, dan werd dat door de bezetter nauwkeurig geadministreerd. Maar af en toe ‘liep er wel eens een dier weg’. Uitgebroken, kwijt. Dat gebeurde ook bij een boer met een groot gezin in de Aan- en Genderdijkepolder onder de gemeente Zaamslag.

In een nacht werden enkele kinderen wakker van gestommel in huis. Vader had een verklaring. Er was “een oender” in de regenbak gevallen. Hoe verzin je het zo gauw! Pas na de oorlog werd de opvallende “duik van de kip” duidelijk. Het gestommel had niets te maken met de regenbak en ook niet met een niet goed afgesloten kippenhok. De os was geslacht en de mensen uit de omgeving kwamen illegaal vlees halen. Daarvoor moesten de emmers en teilen worden aangesleept om het pas geslachte voedsel zo gauw mogelijk te verspreiden naar gezinnen, waar extra eters waren. En er waren veel extra monden te voeden in onze regio: de helft van alle onderduikers in heel Zeeland bevond zich in Zeeuws-Vlaanderen. 

In de nazomer van 1944 kwam de Duitse troepen in paniek het erf opgereden met paarden en wagens. De dieren werden op stal gezet en de wagens werden onder de grote bomen geparkeerd, zo veel mogelijk uit het zicht van overvliegende geallieerden. Op enig moment vertrokken ze richting die Heimat; paarden goed gevoerd en de wagens van alle overtollige spullen ontdaan om de hoogst mogelijke snelheid te bereiken. Wat van waarde was, werd in de grond gestopt.

In de buitengewoon droge zomer van 1959 was er een afvalput in de wei drooggevallen. Jaren had er water in gestaan en op de boerderij was dat een geschikte plek om gebruikte kunstmestzakken, geschikt voor 100 kilo, uit te spoelen.

De drooggevallen put moest nu maar eens schoongemaakt worden, vond de voer. Zakken spoelen was toch niet meer nodig: er kwamen stevige papieren zakken met 50 kilo kunstmest in de omloop. Zo gingen twee zoons met een schop aan het werk. De een groef en de ander kieperde de vuile grond in de berm van de inrit naar de boerderij. Na korte tijd stuitte de gravende jongen op iets hards. Het bleek een granaat te zijn. Er lagen er nog veel meer.. Ze werden allemaal op dezelfde manier “opgeruimd”, aan de zijkant van de dreef. Gelukkig is het goed afgelopen: enige tijd later kwam er bezoek dat waarschuwde voor het ontploffingsrisico. De politie werd gebeld en die verzocht de Explosieve Opruimingsdienst om de granaten te verwijderen en onschadelijk te maken. Eind goed, al goed.

Met dank aan wijlen L. Nijssen, Zaamslag

Graf: Adriaan Nijssen en Jacomina de Mul L8020

Terug naar blog