Onderduik op een kleine zolder: het verhaal van Leo Sülzle in Zaamslag
Geschreven door: Esther de Putter
Share
In de Riemensstraat te Zaamslag zat op de kleine zolder van familie Bareman-Pladdet 1,5 jaar lang Koewachtenaar Leo Sülzle ondergedoken. Ruim 80 jaar later staat Leo’s dochter Mies met haar man ontroerd bij het graf van het echtpaar dat haar vader onderdak bood: David Bareman en Janneke Pladdet.
Ze noemde hen ome David en tante Janneke. Want na zijn onderduiktijd bleef haar vader altijd contact houden met de familie waar hij schuilde, ook toen hij met zijn gezin Zeeuws-Vlaanderen verliet. “Ome David verzorgde zelf graven op Zaamslag en tante Janneke maakte Zeeuwse babbelaars op haar stenen aanrecht”, vertelt Mies. Ook het huis kende ze dus. “Mijn vader zat er op zolder, ontzettend klein en zonder toilet. Achteraf bleken de buren het te weten, maar die zeiden niks. Mijn vader rookte namelijk weleens en dan deed hij het raampje een klein beetje open.” Ook in de voorkamer waagde hij zich soms. “Ook die was klein, met een bedstee. Als er onverwacht iemand kwam, dook hij de bedstee in.”
Leo Sülzle zat ondergedoken bij David en Janneke Bareman van 3 oktober 1943 tot 4 september 1944. Wat hij van 4 tot 19 september (de bevrijding) deed, weet Mies niet precies. “Hij heeft wel eens verteld dat hij de Polen heeft geholpen met navigeren, omdat hij de omgeving goed kende”, vertelt Mies. Als Koewachtenaar en commies, of douane-beambte, was hij namelijk goed bekend in het grensgebied van Zeeuws-Vlaanderen. Tijdens het navigeren zag hij nare dingen. “Hij vertelde dat hij dode parachutisten in bomen heeft zien hangen tijdens zijn tochten.” Iets wat hem ongetwijfeld niet in de koude kleren is gaan zitten. Meer zegt hij er niet over.
Mies heeft alle papieren van haar vader goed bewaard. Zo weet ze dat hij voor zijn tijd bij David en Janneke Bareman, samen met andere mannen, ondergedoken zat op de boerderij van Gerard Weijns te Axel, vanaf 25 juli 1943. Hij hielp mee op het land en beschrijft de periode later aan zijn dochter als niet heel vervelend door het gezelschap van anderen. Op 2 oktober echter deden de Duitsers een inval op de boerderij van Weijns, die op dat moment last had van krentenbaard. Alle onderduikers waren goed geïnstrueerd en vluchtten naar hun schuilplek. Niemand werd gevonden. Maar voor Gerard Weijns was de prijs hoog. De vader van Mies vertelde ooit dat ze Gerards zoon meenamen toen deze ontkende dat hij mensen verscholen hield. Ze waren bang voor Gerards krentenbaard en lieten hem zelf daarom achter op zijn boerderij. Op de vraag waarom hij hen niet verraden had, antwoordde hij Leo later: “De Duitsers hadden me dan sowieso meegenomen en dan waren er meer slachtoffers geweest.” De overval was een groot alarm voor de ondergrondse. Een dag later verkaste Leo, via Co de Vos, naar de Riemensstraat in Zaamslag. Niet toevallig. Co was getrouwd met de zus van Janneke Pladdet bij wie Leo nieuw onderdak vond.
Via Mies krijgen we prachtige foto’s van haar vader, onder andere bij het douanekantoor te Koewacht waar Leo hulp commies en later commies was. De reden voor zijn onderduiken was de Arbeitseinsatz. In 1942 werd Leo, net als veel andere mannen, opgeroepen voor werk in Duitsland. Hij reisde naar Duitsland en keerde op 15 juli 1943 terug naar het grensdorp voor verlof. Omdat hij niet terug wilde naar Duitsland nam hij contact op met de ondergrondse. 10 dagen later nam hij zijn intrek bij familie Weijns te Axel en later bij familie Bareman-Pladdet. Zijn verloofde fietste regelmatig op zondagmiddag met eten van Koewacht naar Riemensstraat te Zaamslag. Na de oorlog trouwden ze en kregen ze twee dochters.

David Bareman overleed in 1995 op 83-jarige leeftijd. Zijn vrouw Janneke werd 92 en overleed in 2006. Dochter Mies bezocht met haar man hun graven in september 2025 tijdens een rondleiding van Zaamslag Geleefd.