Er in juni 2024 meer dan 300 graven worden geruimd?

VERZET - Op zaterdag 9 september stort in Zandberg (Hulst) een B-17 bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht neer. Aan boord zijn negen bemanningsleden. Zeven van hen weten, met hulp van de Zeeuws-Vlaamse bevolking, uit handen van de Duitsers te blijven. Een van die helpers is Jacob Adriaan Maris uit de Reuzenhoek. Hij is begraven te Zaamslag.
Op zaterdag 9 september 1944 stijgt in de ochtend vanuit Engeland een Amerikaanse B-17 bommenwerper van de Eight Air Force Group, ook wel de Mighty Eight genoemd, op. De Mighty Eight zijn dan gestationeerd in Sudbury te Suffolk en bombarderen vijandelijke doelen in Frankrijk, de lage landen en Duitsland. De B-17 is die dag, onder leiding van piloot Laurence Deckelmayr, onderweg naar Düsseldorf, waarschijnlijk om munitiefabrieken te bombarderen. De vlucht verloopt helaas verre van soepel. Rond 10 uur, als ze boven de Zeeuws-Vlaamse kust vliegen, verliest het toestel plotseling hoogte. De motor is uitgevallen en de tweede motor vertoont problemen. Piloot Deckelmayr grijpt in. Boven Terneuzen buigt hij af in oostelijke richting en geeft het bevel ‘Bail Out Order’, oftewel: springen! Niet lang daarna verlaten acht van zijn bemanningsleden het toestel met een parachute. Hij springt als laatste en laat het toestel verderop neerstorten.
Bemanning komt verspreid neer
Het is een dag met harde wind. Vermoedelijk door deze sterke wind, en omdat ze niet allemaal tegelijk hun parachute openen, komen de Amerikanen verspreid over Oost Zeeuws-Vlaanderen terecht. Staff sergeant Harold Horowtiz landt in de buurt van een Duitse patrouille, vermoedelijk bij Perkpolder en wordt krijgsgevangen gemaakt. Piloot Laurence Deckelmayr die als laatste springt, wordt waarschijnlijk beschoten, krijgt zijn parachute niet open en overleeft de crash helaas niet. De overige zeven, zijn veilig maar weten één ding heel zeker: de Duitsers hebben de crash gezien en zullen de hele buurt uitkammen.
Een avond fietstocht naar boerderij Reuzenhoek
William Allison en Joseph Aycock, die als resp. derde en vijfde uit het dalende toestel springen, komen terecht in de uitgestrekte Kruispolder. Beiden in de Lange Nieuwstraat te Kloosterzande; William Allison op nummer 19, Joseph Aycock op nummer 23. Nummer 19 is de boerderij van de gebroeders Quaak die de twee vliegeniers onder hun hoede nemen. Al snel wordt het lokale verzet ingelicht over waar zij en de andere bemanningsleden zich bevinden. De Amerikanen op de neergestorte plekken houden, is te gevaarlijk, wordt besloten. Diezelfde avond worden ze alle zeven naar andere boerderijen, iets verderop gebracht. Waarschijnlijk worden zo op de avond van 9 september William Allison en Joseph Aycock per fiets naar boerderij Reuzenhoek van Jacob Maris vervoerd aan de Grote Huijssenspolderweg 2. Elf dagen houdt hij ze daar, met gevaar voor eigen leven, verborgen voor de zoekende Duitsers tot op 20 september de Polen op zijn boerderij langskomen. Zaamslag, William Allison en Joseph Aycock zijn bevrijd.Â
Eisenhower certificaat
Geheel volgens de Zaamslagse traditie maakt Jacob niet veel woorden vuil aan zijn daad na de oorlog. Hij ontvangt het Eisenhower certificaat 5, stopt in 1949 met boeren en overlijdt precies voor Kerst, op 24 december 1955. Jacob is dan 75 jaar oud. Hij ligt begraven te Zaamslag naast zijn vrouw Janna van Damme die in 1979 op maar liefst 96-jarige leeftijd overlijdt te Hulst.
De overige bemanningsleden
Hoe verging het de rest van de bemanningsleden? Tweede luitenant John Swain wordt na zijn sprong in de buurt van Lamswaarde opgevangen door nonnen die hem naar het dorpshuis smokkelen. Als het donker is, wordt hij op een fiets naar een boerderij gebracht. Sergeanten Arthur Mowrer en Ross Page landen in de buurt van Ossenisse en worden door Sjef Hermans naar het café van zijn grootouders te Ossenisse gesmokkeld. Ook Karl Yohn en Lloyd McMichael vinden onderdak op boerderijen in de buurt. Harold Horowitz wordt krijgsgevangen gemaakt in vermoedelijk Perkpolder. Of hij de oorlog overleeft, hebben we niet kunnen vinden. Piloot Laurence Deckelmayr sneuvelt helaas op 23-jarige leeftijd. Hij wordt door de lokale bevolking begraven te Kloosterzande en wordt later gerepatrieerd naar de VS om te worden bijgezet op de Nationale begraafplaats van Saint Louis.
Op de website van de vrienden van het Hulster Archief staat een prachtige, uitgebreide beschrijving van de gebeurtenis op 9 september 1944, geschreven door het neefje van Sjef Hermans die twee van de bemanningsleden naar het café van zijn grootouders smokkelt. Ook hij krijgt een Eisenhower certificaat.Â
- Login om te reageren
Reacties